Ben je bereid Jezus te volgen (deel 1)
Terwijl ik de boodschap voor vandaag aan het voorbereiden was, werd ik serieus uitgedaagd. Ik hoop dat jullie vandaag ook serieus uitgedaagd worden, door wat ik jullie zal vertellen. De titel van mijn boodschap is 'oproep tot toewijding', oproep tot commitment, in het Engels. Een woord dat we veel gebruikt hebben, maar ik was aan het zoeken naar een Nederlands woord en het woord 'toewijding' is eigenlijk, denk ik, de beste vertaling.
De vraag die wij ons moeten stellen is: Zijn wij bereid Christus te volgen wat de gevolgen ook zijn? Wij zingen: Heer, U bent almachtig , U bent heilig, U bent waardig. Maar is dat ook duidelijk in wat wij doen, is dat ook duidelijk in hoe wij Hem volgen? Zijn wij bereid om ons leven neer te leggen? Hoe bereid zijn we? Waar staan we met onze toewijding? De meeste onder jullie hebben Jezus Christus aangenomen als persoonlijke Verlosser. Je bent zeker: Jezus is mijn Verlosser. Je zegt: Ik twijfel daar niet over, Hij is mijn Verlosser. Maar de vraag is: Is Hij ook jou Heer? De vraag is: Is er ooit een moment geweest in je leven waarop je zei: Jezus, vanaf nu, wat U ook vraagt, dat zal ik doen. Heb je jezelf verbonden met Jezus, om Hem te volgen, wat de kost ook is? Heel dikwijls lezen we over mensen die hun leven volledig neerleggen. Ik herinner me Jim Elliot. Die wou gaan prediken. Hij wist dat God hem geroepen had om naar de stammen te gaan en het resultaat is dat hij gestorven is, dat hij vermoord is door die stammen. Maar die stammen zijn uiteindelijk tot bekering gekomen, omdat zij gezien hadden dat zij niet terugvochten. Zij hadden gezien dat die mensen anders waren. Waarmee ik niet wil zeggen dat niet iedereen geroepen is om naar dat soort stammen te gaan. Wij hebben allemaal onze eigen roeping. Maar de vraag is: Zijn wij toegewijd aan de roeping die God heeft voor ons? Hoe definieer je 'toewijding'? Hoe definieer je commitment? Ik kan je nu al zeggen dat ik niet klaar zal zijn vandaag. Ik heb vier vragen en ik zal er waarschijnlijk maar twee kunnen doen. Commitment is: Ik geef mijn leven over, ik leg mijn leven neer, vrijwillig, bewust voor mijn Heer Jezus Christus; wat Hij ook wil dat ik doe; waar Hij ook wil dat ik ga; wanneer Hij ook wil dat ik iets doe. Toewijding heeft te maken met die momenten waarop dat God roept en wij zeggen: Ja. Ja, Heer, ik ga. Ja, Heer, ik geef mijn leven over. Dat is toewijding. Toewijding heeft te maken met jezelf bewust neerleggen voor iemand anders. In ons geval voor Jezus Christus, onze Heer. Het heeft te maken met jezelf overgeven, met jezelf toe te vertrouwen aan iemand anders, met jezelf volledig beschikbaar maken voor iemand anders. Ik moest dan denken aan de Ridders van de Ronde Tafel. Wat doen die ridders, of de ridders in het algemeen? Die wijden zich toe aan de koning. Ze zijn bereid hun leven te geven voor waar de koning voor staat. Voor de ridders van de Ronde Tafel was dat koning Arthur, hij stond voor vrijheid. En die ridders die waren toegewijd, die wilden hun leven geven voor dat ideaal. De vraag is: Hoe toegewijd zijn wij? Hoe bereid zijn wij om ons leven te geven voor het ideaal van Jezus Christus, voor het Koninkrijk van God?
Romeinen 12. Je kunt het al voelen, hoop ik, als het nog niet zo is, ik ben nog niet klaar, je zult uitgedaagd worden. Het leuke voor mij is , ik mocht het gisteren voorbereiden, ik werd al uitgedaagd, en nu mag ik het prediken en ik word nog eens uitgedaagd. Dus ik word dubbel uitgedaagd.
Romeinen 12: 1 Ik roep u er dan toe op, broeders, door de ontfermingen van God, om uw lichamen aan God te wijden als een levend offer, heilig en voor God welbehaaglijk: dat is uw redelijke godsdienst.
Wat is een offer? Een offer is iets dat je geeft aan iemand anders om daar iets mee te doen, of iets dat je legt op een altaar en doodt. Als je kijkt in het Oude Testament, wat deden de Israëlieten? Ze namen een lam, of wat dan ook, een duif, het kunnen veel dingen zijn, en wat deden ze daarmee? Ze brachten het naar de priester die het slachtte. Dus wat deden zij? Ze gaven iets van hen aan iemand anders om dat te gebruiken zoals die wilde. Eigenlijk was dat zo, dat dit offer, op het moment dat ze dat gaven aan de priester, dat offer niet meer van hen was, het behoorde God toe. En hier in Romeinen staat er, en roept Paulus ons op door de ontfermingen van God, om ons lichaam aan God te wijden als een levend offer. Paulus vraagt niet dat we onszelf slachten, hij wil wel dat we onze eigen wil slachten, als ik efkes figuurlijk mag spreken, die moet geslacht worden, die moet aan de kant, maar hij zegt wijdt uw lichaam aan God als een levend offer. Dat wil zeggen dat wij ons lichaam geven aan God, het is niet meer van ons, en God mag ermee doen wat Hij wil. Maar we blijven wel leven, het is een levend offer. En niet alleen onze eigen levenskracht, nee, maar we worden vervult van het leven van Jezus Christus. En hij zegt: dat is uw redelijke eredienst. In mensentaal: dat is het minste dat je kunt doen. Dat is eigenlijk wat daar staat. De vraag is: Aan wie behoor je toe? Heb je jezelf gegeven aan God en dat Hij mag doen met jou wat Hij wil. Heb je jezelf ooit volledig overgegeven aan Jezus Christus, jezelf ondergeschikt gemaakt aan Hem, Die Heer is van je leven, of het zou moeten zijn. Dat is toewijding, niet meer en niet minder. En misschien ben je wel volledig toegewijd aan God in wat Hij van u vandaag vraagt, maar als Hij morgen aan u vraagt om iets moeilijker te doen, om iets anders te doen, iets waarvan dat je zegt: Ik kan dat niet, wat is dan je toewijding? Wat is dan je antwoord? Ben je dan nog altijd aan Hem toegewijd of niet? God roept ons, en soms roept Hij ons om andere dingen te doen of nieuwe taken uit te voeren. Maar, uiteindelijk, daar gaat het over. Als God ons vraagt om iets te doen, dat we zeggen: Hm, ik kan dat niet. Wat zeggen we dan eigenlijk? We zeggen: God, U hebt een fout gemaakt, U hebt gemist. Dus, je kunt volledig toegewijd zijn vandaag, in waar God je toe roept vandaag, maar morgen roept Hij misschien voor iets moeilijker of iets anders, en dan zeg je: Sorry, Heer, maar vraag het aan iemand anders, ik ben de verkeerde. Onze naam staat geschreven in het Boek des levens. Hoe kunnen wij dan ons eigen ding doen? Hoe kunnen wij dan niet toegewijd zijn? En trouwens uw eigen ding doen is niet Bijbels, dat staat niet in de Bijbel, Zijn wil doen wel. Onze wil moet sneuvelen en dat is een van de moeilijkste dingen, dat doet pijn. Maar, het is wat God wil.
Wat zegt Jezus? Jezus de Zoon van God zegt in Johannes 6: 38 Want Ik ben uit de hemel neergedaald, niet opdat Ik Mijn wil zou doen, maar de wil van Hem Die Mij gezonden heeft. Jezus Christus zegt: Ik ben hier niet om Mijn ding te doen, Ik ben hier om te doen wat dat God, De Vader, van Mij verlangt. Hij zegt: 39 En dit is de wil van de Vader , Die Mij gezonden heeft, dat Ik van alles wat Hij Mij gegeven heeft, niets verloren laat gaan, maar het doe opstaan op de laatste dag. 40 En dit is de wil van Hem Die Mij gezonden heeft, dat ieder die de Zoon ziet en in Hem gelooft, eeuwig leven heeft, en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag. Jezus zegt: Ik ben uit de hemel neergedaald, niet om Mijn wil te doen, maar de wil van Hem Die Mij gezonden heeft. Ik heb een vraag voor jullie: Hoe zit het met jullie toewijding? U moet mij niet antwoorden, dat is een vraag die je zelf moet beantwoorden. Wat regeert er in jou leven vandaag? Ik heb gezegd dat ik jullie ging uitdagen. Wat behaagt je? Wat brengt je plezier en vreugde? Is het je eigen ding doen of Gods ding? Exodus 3. Jullie kennen allemaal Mozes. Mozes was de zoon van een man uit het geslacht van Levi. Levi is een van de zonen van Jakob, en Mozes was een van zijn nakomelingen. In die tijd was het zo dat de jongens gedood moesten worden, want de farao zag dat het volk van Israël groeide, ze werden vermenigvuldigd, en hij had schrik. Exodus 1: 22 Toen gebood de farao heel zijn volk: Al de zonen die geboren worden, moet u in de Nijl werpen, maar al de dochters mag u in leven laten. Hij zei: Kom, al die jongens moeten weg. Mozes werd geboren en wat deed zijn moeder? Ze maakte een mandje, want op een bepaald moment kon ze hem niet meer verborgen houden, bestreek dat mandje met asfalt en pek, legde dat kind daarin en zette het tussen het riet aan de oever van de Nijl, van de rivier. Dat is Mozes. En Mozes werd gevonden door de dochter van de farao en Mozes groeide op aan het hof. Hij werd eerst opgevoed door zijn moeder, want hij moest gevoed worden, en wanneer hij groot geworden was, werd hij bij de dochter van farao gebracht en hij werd haar tot zoon. Zij gaf hem de naam Mozes want ze zei: Ik heb hem uit het water getrokken. Dat is de betekenis van die naam. En Mozes die leefde veertig jaar lang aan het hof. Hij was als een koningszoon. En toen ging het mis. Hij zag dat er iemand mishandeld werd, van de Hebreeuwse mannen, en hij sloeg die Egyptenaar dood, die dat deed. Opeens was Mozes een moordenaar. We moeten er geen doekjes omwinden, als je iemand dood doet. En hij verborg hem in het zand. Exodus 2: 13 En hij vertrok de volgende dag, en zie, twee Hebreeuwse mannen waren aan het vechten. Hij zei tegen de schuldige: Waarom slaat u uw naaste? 14 Maar die zei: Wie heeft u tot leider en rechter over ons aangesteld? Zegt u dit om mij te doden, zoals u die Egyptenaar gedood hebt? Toen werd Mozes bevreesd, en hij zei: Deze zaak is beslist bekend geworden. 15 Toen nu de farao van deze zaak hoorde, wilde hij Mozes doden, maar Mozes vluchtte voor de farao en vestigde zich in het land Midian, en zat bij een put. Hij zat niet in de put maar bij de put, misschien ook in de put, maar figuurlijk dan. Dus, Mozes, die was gevlucht, de koningszoon, had iemand vermoord en hij vlucht. En waar komt hij terecht? In het land Midian, en hij ontmoet daar de dochters van de priester van Midian, die had zeven dochters, en uiteindelijk trouwt hij met Zippora. En hij blijft wonen bij Midian. En wat doet Mozes? Dat lezen we in hoofdstuk 3: 1 En Mozes hoedde het kleinvee van zijn schoonvader Jethro, de priester van Midian. Hij dreef het kleinvee tot voorbij de woestijn, en hij kwam bij de berg van God, de Horeb. Mozes was ongeveer veertig jaar lang de zoon van een koning, en nu zijn we op een moment waarop Mozes, nog eens veertig jaar later, hij heeft al veertig jaar rondgetrokken met die schapen, ok, hij ging wel naar huis, maar hij was schaapsherder, hij zorgde voor het vee, voor de kudde, het kleinvee. Mozes, die was serieus gezakt, als je het zo mag zeggen, in zijn status. Hij was eerst een koningszoon en nu opeens was hij een herder ergens in het hol van pluto. Er staat: ergens voorbij de woestijn, in the middle of nowhere. En wat gebeurt er?
Exodus 3: 2 En de Engel van de HEERE verscheen hem in een vuurvlam uit het midden van een doornstruik. Hij keek toe, en zie, de doornstruik brandde in het vuur, maar de doornstruik werd niet verteerd. 3 Mozes zei: Laat ik nu naar dat indrukwekkend verschijnsel gaan kijken, waarom de doornstruik niet verbrandt. 4 Toen de HEERE zag dat hij ging kijken, riep God tot hem uit het midden van de doornstruik en zei: Mozes, Mozes! Hij zei: Zie, hier ben ik! Mozes, die had al serieus rondgetrokken en hij had al wat struiken gezien, daar ben ik zeker van. En misschien had hij die struik ook al gezien, misschien was hij daar al eens gepasseerd. En ik ben er zeker van dat hij ook al eens vuur gezien had, want in de nacht wordt het daar ook wel koud. Maar deze struik was wel heel speciaal, want de Engel van de Heer verscheen in een vuurvlam uit het midden van een doornstruik. En Mozes keek en hij zag dat die doornstruik niet werd verteerd. Dus, die doornstruik brandde maar verbrandde niet. En in vers 4 zien we: Toen de Heere zag dat hij ging kijken. Heel dikwijls wil God tot ons spreken, maar we zijn zo druk bezig, ik ook. En veelal horen we Hem niet want we zijn zo druk bezig, we hebben geen tijd. We zijn bezig met ons eigen ding, heel dikwijls. En wat we hier zien is dat Mozes stopt met zijn eigen ding te doen, hij stopt om te kijken wat er gebeurt. Spijtig genoeg lopen we veelal voorbij, lopen we gewoon door. God is bezig en wij passeren. En toen dat God zag dat Mozes stopte, dat hij ging kijken, op dat moment sprak God tot hem. Het was een dag zoals een ander. Hij was al veertig jaar met dat kleinvee bezig, het was gewoon een dag zoals een ander. Nu zeggen de mensen, als ze al twintig jaar ergens gewerkt hebben: Och, zo lang. Mozes was al veertig jaar met die schapen op toer. En hij was opgestaan net zoals elke andere dag en hij was vertrokken met die schapen, of wat het ook was - het staat er niet in detail, maar dat is ook niet belangrijk. Maar opeens ziet hij die struik, en hij ziet dat vuur en hij zegt: Wat is dat hier? Ik moet gaan kijken. En God start een gesprek met Mozes. Mozes die eerst een koningszoon was, maar die serieus van de ladder gevallen was, of gezakt was en hij was nu een herder. En het resultaat van dit gesprek zou zijn dat Mozes zich zou toewijden voor de rest van zijn leven aan de levende God. Als God wil spreken tot ons, of spreekt tot ons, pas op. Het kan zijn dat je er niet meer vanaf geraakt. Maar het is geweldig.