Ben je bereid Jezus te volgen? (deel 4)
Laten we even naar 1 Korinthiërs gaan, hoofdstuk 6. En wat lezen wij in 1 Korinthiërs hoofdstuk 6: vers 19? Wie behoren wij toe? Daar staat: 'Of weet u niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die in u is, en die u van God hebt ontvangen en dat u niet van uzelf bent.' Paulus zegt: je bent niet van jezelf. Want de Heilige Geest leeft in jou, Die is in u. En die Heilige Geest, die heb je van God ontvangen en uw lichaam is de tempel van de Heilige Geest, niet van jezelf. Aan wie behoor je toe? Niet aan jezelf. En hij zegt in vers 20: 'U bent immers duur gekocht. Verheerlijkt daarom God in uw lichaam en in uw geest, die van God zijn.' Kijk, als mensen zeggen: "Ik doe wat ik wil.", dat is niet Bijbels. In geen enkel vers in de Bijbel staat dat je, als kind van God, doet wat jij wilt. Neen, de Bijbel zegt dat wij God moeten gehoorzamen, dat wij Zijn wil moeten doen, dat wij ons leven moeten neerleggen, en Hem volgen. Wij behoren God toe.
En dat moeten wij weten. Daar moeten wij zeker van zijn. Dat is een vraag die wij moeten beantwoorden. Want het antwoord op die vraag bepaalt wat wij doen. Als wij niet zeker zijn dat wij aan God toebehoren, als wij niet zeker zijn dat we niet van onszelf zijn, ja, dan gaan onze acties, wat wij doen, ook het gevolg zijn van het antwoord. Want als wij zeggen dat wij aan Hem toebehoren, dan doen wij wat Hij wil. Want wij zijn van Hem.
Het is belangrijk dat wij dat leren in de kerk. Het is ook belangrijk dat wij als ouders dit leren aan onze kinderen. Dat wij zeggen aan onze kinderen: " Kijk, ik ben wel je vader, maar jij behoort mij niet toe. Jij behoort God toe. Ik heb alleen eigenlijk maar de privilege gekregen om jou tot God te leiden. Dat is mijn taak als ouder, om jou dingen te leren, maar bovenal om jou te leren wie je Vader is in de hemel. God heeft mij in jou leven gestuurd om jou dat te leren, om je op te voeden en naar dat punt te brengen. Dat punt waarop je zegt: 'God, ik kan het niet meer alleen'. Dat punt waarop dat jij die vragen beantwoordt die ik stel: van wie is deze God? Wie ben ik? Wie behoor ik toe?" Dat is mijn taak als vader. Ik kan mijn kind niet dwingen om God te volgen. Ik kan alleen het voorbeeld geven door die vragen op de juiste manier te beantwoorden en te doen wat ik moet doen. Maar ik moet mijn kinderen naar dat punt brengen, waar dat zij beseffen van: Ik ben van God en ik doe niet meer wat ik wil. En ik kan het ook niet meer alleen, ik kan niet meer verder zonder U, Heer. Dat is onze taak en niet alleen mijn taak, maar ook van jullie, elk van ons. Ja, wij behoren allemaal God toe. En dat wil zeggen dat onze talenten God toe behoren.
Dat wil zeggen dat wij volledig van Hem zijn. Alles wat wij kunnen, behoort Hem toe. Alles wat we hebben, behoort hem toe. De impact van die vraag is heel groot. Dat wil zeggen dat alles wat wij doen, alles wat wij beslissen, dat wij checken of dat Zijn wil is. Wij beslissen niet meer zonder God. Want als wij zelf beslissen, dan is dat onze trots. Dan is dat wij die zeggen: "Ik weet het beter Heer, ik ga het efkens alleen doen.". Ik had u verteld of dat beeld gegeven van mensen die een omheining rond zich zetten. Die zeggen: "Dat bord zette God. Beste God: geen doorgang tot dat deel van mijn leven hebt U geen toegang." En dat is niet wat God wil. God wil ons leven, volledig. Hij wil niet een stukje, Hij wil alles. Waarom wil Hij alles? Hij wil dat wij beseffen dat wij van Hem zijn. Dat wij Hem toebehoren omdat Hij weet dat dat het beste is voor ons. Omdat Hij van ons houdt. En als dat zo is, als Hij de finale autoriteit is in ons leven, dan kunnen wij niet zelf beslissen. Dan kunnen wij niet zeggen; " God kijk, ik zal zoveel geven". Neen, dan vragen wij aan God: "Hoeveel wil U dat ik geef?" En als God zegt: "u moet meer geven", dan geven we meer. Als God zegt: "nu moet u dit doen", dan zeggen we niet: "God, zoek een ander. Ik kan dat niet." Neen, God spreekt tot ons, God toont ons dingen die we moeten doen, en dan moeten wij die doen.
En God zal meer en meer van ons vragen. Soms vraagt hij dingen waarvan we denken dat we ze niet kunnen. Maar wij weten dat als hij het vraagt, dat dat Zijn wil is voor ons, en dat Hij bij ons is. Wij hebben in Psalmen gezien dat Hij voor ons is en achter ons. En Hij leeft in ons, lezen wij in het Nieuwe Testament. En Hij geeft ons de kracht, Hij geeft ons de wijsheid, om dingen te doen. En als we niet voldoende wijsheid hebben zegt Jakobus: "Vraag erom, bid om wijsheid". Want wij hebben Zijn wijsheid nodig. Kijk, als wij aan God toebehoren, dan zijn we bereid om te gaan waar dat wij moeten gaan, waar God wil dat we gaan, waar dat ook is. Dan zeggen we niet: "Sorry Heer, ik heb hier mijn huis, ik moet nog 20 jaar afbetalen, ik kan niet vertrekken". Neen, als God zegt dat wij moeten vertrekken, dan moeten wij vertrekken. Dan verkopen we dat huis. Kijk, als Jezus Heer is van ons leven, kunnen we niet naar Hem toe gaan en zeggen: " Heer, wacht efkes, ik moet daar efkes over bidden". Als God zegt dat je iets moet doen, doe het. Zeg; "Ja Heer, ik zal het doen". Het antwoord van iemand die de Heer toebehoort is:" Ja, Heer, ik zal het doen. Ja, ik zal het doen". Het is niet: "Hm, ik zal er een keer over nadenken, U hebt de verkeerde gevonden of U vraagt het aan de verkeerde". Neen, het antwoord is 'ja', of ik dat nu graag doe of niet. Het gaat niet over graag doen, het gaat over Zijn wil doen. Of ik nu vind dat dat iets is dat past voor mij, dat doet er allemaal niet toe. God weet het beter. En of het mij nu iets kost of niet, of pijn doet of niet, dat doet er toch niet toe? Het is wat dat God wil voor ons. Ons antwoord, "Heer Jezus", moet zijn. "Ja, ik wil dat doen". Ja, dus de eerste vraag was: wie is die God. Tweede vraag is: wie ben ik? De derde vraag is: wie behoor ik toe? En de laatste vraag is: waarom ben ik hier? We hebben het antwoord eigenlijk al gelezen. En als ik deze vragen, of als jullie deze vragen beantwoorden, en ik kan ze niet voor jullie beantwoorden, ik kan alleen maar bepaalde gedachten meegeven, als wij die vier vragen beantwoorden, dan is onze toewijding, dan is ons commitment beslist voor eens en altijd. Waarom was Mozes daar? Ik ben begonnen met te zeggen dat Mozes gered was van de dood. God had hem gered. Want alle kleine jongens moesten gedood worden die geboren werden. God had hem gered. Waarom was hij daar? God had een plan. God had een plan voor Mozes om Zijn volk uit Egypte te leiden. Dat was het plan van God. En hij werd een zoon van de farao, hij was in het paleis, hij was een prins. Toen dode hij iemand en hij werd een herder. Soms vraag je je af waarom wacht God zolang? Maar ik denk dat God wist dat Hij Mozes efkes naar beneden moest brengen. Dat God de trots en de arrogantie van die prins moest wegkrijgen. De beste manier was om hem 40 jaar door de woestijn te laten trekken met die schapen en die kudde. Dat hij wist: eigenlijk beteken ik niet veel. Veertig jaar lang. Ik ben 40 jaar oud, dus dat wil zeggen dat ik al 40 jaar met die schapen zou aan het rondtrekken zijn. Dat is toch een lange tijd he? En ik denk na 40 jaar, dat mijn ego al een beetje gekrompen is, als ik 40 jaar met die schapen door de woestijn loop. Dank God, dat ik dat niet moest doen. Maar dat is wel nodig. Het is nodig dat God die trots in ons leven weg krijgt; dat Hij die arrogantie in ons leven weg krijgt; dat Hij die jeugdige energie van 'ik ga het hier eens doen, ik ga het hier forceren' dat Hij dat wegneemt. Neen, Gods tijd, Gods gepaste tijd. Gods tijd is belangrijk. We kunnen dingen niet forceren. We kunnen mensen niet forceren om God te geloven. We kunnen hen niet forceren om te geloven dat Jezus Christus de zoon van God is. Maar wat we wel kunnen doen is een licht zijn. Wat we wel kunnen doen is zorgen dat als we spreken, dat het aangenaam is. Ja, dat die woorden, dat het woorden zijn die opbouwen, dat het woorden zijn die tonen wat die God in ons gedaan heeft. Dat die God die trots en die arrogantie weggenomen heeft, en dat hij ons een week hart gegeven heeft, een hart dat geeft om andere.
Wanneer God werkt, dan mogen wij meewerken. Hetzelfde met Mozes. God kon dat zelf doen. God is almachtig. Maar God gebruikte Mozes, en Hij wilde dat Mozes met Hem meewerkte. Maar daarvoor moest Mozes zijn eigen wil aan de kant zetten. Mozes kon zeggen: "Laat mij nog efkes 40 jaar door de woestijn trekken met mijn schapen. Dat was juist zo leuk". Neen, Mozes uiteindelijk, stopt met te doen wat hij aan het doen was, en hij doet wat God wil. Dat lezen wij in Exodus, ik ga het niet lezen vandaag, anders zitten we hier nog een paar uur. Maar Mozes gaat terug naar farao, gaat terug naar het volk. Misschien met een klein hartje. Als je daar efkes aan zo'n drie miljoen Israëlieten moet gaan zeggen: "God heeft mij gestuurd", oef, "wij gaan hier vertrekken.". Vooral, de boodschap was niet: "Hallo, ik ben Mozes". De boodschap was: "We zijn hier weg. God heeft gezegd dat we hier moeten vertrekken.". En niet iedereen riep "Halleluja!". Niet iedereen zei: "O, Mozes, hoera.". Neen, iedereen zei: "Wie ben jij? Wie denk je wel dat je bent?". En Mozes zegt: "God heeft mij gestuurd, de God van jullie vaderen, de God van Abraham, Isaak en Jakob, Die heeft mij gestuurd.". God zegt dat Hij is: "Ik ben die Ik ben.". Dat was zijn antwoord. Hij sprak tot hen en hij toonde de tekenen. Hij deed de wil van de vader. Mozes werd door God uitgekozen om het volk van God uit Egypte te leiden.
Soms hoor je een keer van: ho, ik heb een woestijnervaring. Ik weet niet wat ze daarmee bedoelen. Ik denk dat ze daarmee bedoelen dat ze een moeilijke tijd hebben. Maar de woestijnervaring waar God over spreekt is die van Mozes, niet van die van het volk van Egypte. Het was die van Mozes. Die woestijnervaring waar Hij zegt: "Mozes, Ik ga jou zo klein maken en op dat moment zal ik u gebruiken.". En dat is wat God, met elkeen van ons, wil doen. Als we droge periodes hebben in ons leven, als je momenten hebt waarop je zegt van: "Ik weet het niet goed. God wat wil Hij eigenlijk voor mij?". God is aan het wachten tot dat je zegt: "Heer ik stop met te doen wat ik doe. Ik stop met mijn eigen ding. Ik wil U ding doen.". Hij wachtte totdat Mozes aan het kijken was naar die struik. En dan zei Hij: "Mozes". En Mozes zei: " Hier ben ik". God is ons aan het klaarmaken. Continu. Henk Binnendijk spreekt over die blok, die blok massief. Hij sprak over Michelangelo, die een paard aan het hollen was, aan het vormen was, uit een blok marmer. En Michelangelo zei, toen iemand vroeg hoe doe je dat?, hij zei: "Dat paard zit er al in. Ik ben gewoon de rest, het overbodige, aan het wegdoen.". Dat is wat God met ons doet. Als je een woestijnervaring doormaakt. Dan is God aan het zorgen dat al de rest weg is, al hetgeen overbodig is, maar dat Hij zorgt dat wat erin zit, dat dat gevormd wordt. God wil hebben dat wij klein worden, opdat Hij groot mag zijn. Dat is wat Hij wil. Hij wil werken aan ons. Hij wil die trots wegnemen. Hij wil die eigendunk wegnemen. Hij wil dat aspect van: "Heer, ik weet het beter," wegnemen. Dat aspect van: "Heer ik beslis in mijn leven wat ik doe". Hij wil ons zo klein maken, Hij wil ons vernederen tot dat punt dat wij zeggen: "Heer, niet mijn wil, maar U wil geschiede.". Daarom zijn we hier. Wij zijn hier om Zijn wil te doen. Maar niet alleen Zijn wil, we hebben het gelezen in 1 Korinthiërs hoofdstuk 6, wij zijn hier om God te verheerlijken. Wat staat er daar in hoofdstuk 6, vers 20 van 1 Korinthiërs? Daar staat: 'U bent immers duur gekocht. Verheerlijk daarom God in uw lichaam en in uw geest, die van God zijn.'. Wij zijn hier om God te verheerlijken. We zijn hier om God te verheerlijken in ons lichaam en in onze geest. Als jij je afvraagt waarom je hier bent, moest je dat nog niet weten, dat is de reden. Soms heb je mensen die dat zeggen: "ik weet eigenlijk niet waarom ik hier ben. Waarom heeft God me hier gebracht?" Daarom. God wil hebben dat we Hem verheerlijken, maar niet alleen al zingend, neen, verheerlijken wil zeggen dat we ons leven neerleggen. Verheerlijken wil zeggen dat we God verheerlijken in ons lichaam en in onze geest, dat we Zijn wil doen. Dat is verheerlijken. Wij kunnen perfect hier staan zingen en ons eigen ding doen achteraf. Neen, God Wil hebben dat we ons leven neerleggen, dat we Hem verheerlijken en als wij weten waarom dat we hier zijn, dan weten wij ook wat wij moeten doen. En dan gaan wij zorgen dat ons leven Jezus Christus, de zoon van God, weerspiegelt.
Want Hij zal in ons leven, en wij gaan Zijn wil doen. En anderen zullen zeggen: "Die heeft iets speciaals."
We hebben geen woorden nodig hoor? Christus in ons, de hoop op heerlijkheid. Als mensen dat zien in ons leven, dan zien ze dat er iets anders is. Dan zien ze God weerspiegeld in wat wij doen, in wat wij zeggen, op elk moment. Zie, wij moeten de mensen Jezus tonen. En wij doen dat door Hem te volgen. Dus: de eerste vraag was: Wie is deze God? Het antwoord is: dat Hij de Schepper is, de eeuwige God, de God van onze vaderen van Izaak, Abraham, en Jakob.
De tweede vraag was: wie ben ik? Wij zijn verzoend met God. We zijn verlost door het bloed van Jezus Christus. We zijn kinderen van God. De derde vraag was: aan wie behoor ik toe? Wij behoren Hem toe. Het resultaat of de uitkomst van dat antwoord is dat we zeggen: "Jezus, ja". Dat is het resultaat. De vierde vraag was: waarom ben ik hier? Het antwoord is: om God te verheerlijken. Om God te verheerlijken in wat wij doen, in wie wij zijn, in wat wij spreken. Dat is het antwoord. Elk van ons, wij moeten die vragen beantwoorden. Ik heb jullie de antwoorden vanuit de Bijbel gegeven. Maar die moeten onze antwoorden zijn. En als dat niet zo is, dan heeft dat een impact op het antwoord op de vraag: ben je bereid Christus te volgen, wat de gevolgen ook zijn? Denk eens goed na over die vier vragen. Ik geef u die vier vragen mee. Denk er eens goed over na. Want als de antwoorden die ik gegeven heb, de antwoorden zijn, die wij elk van ons geven, dan is de vraag: welk recht hebben wij nog om ons eigen leven te leiden? Welk recht hebben wij dan om onze eigen ding te doen? Ja, uw eigen ding doen dat is niet Gods concept, dat is niet het Bijbelse concept. Het Bijbelse concept is dat wij ons leven neerleggen voor onze Heer Jezus Christus. Ja, dat Hij onze persoonlijke Verlosser is, maar ook onze Heer en Meester. Dat heeft een impact op wat wij doen, dat heeft een impact op hoe wij leven. Kijk, sommigen zijn geroepen tot bediening, maar dan kun je niet zeggen: "Heer ik kan niet gaan, ik kan het niet doen". Anderen zijn geroepen om andere dingen te doen in de kerk. Dan kun je niet zeggen: "Heer, ik heb geen tijd", of "ik kan dat niet, ik ben niet bekwaam". Kijk, voor elk van ons moet er een tijd zijn, en ik hoop dat je die tijd, dat moment, al gehad hebt, waarop dat je zegt: "Heer Jezus, alles wat ik ben, alles wat ik heb, ik geef het aan U, want het is van U. Heer, ik erken U als mijn Redder, ik erken U als mijn Heer, ik erken U als mijn Meester, als Diegene die de autoriteit heeft over mijn leven.
"Heer, waar U mij ook leidt, zal ik gaan. Wat u ook maar vraagt, zal ik doen. Hoelang, wanneer, hoe? Het antwoord is: ja Heer."
De vraag was ben je bereid Christus te volgen, wat de gevolgen ook zijn? Hoe bereid ben je? Waar sta je met je commitment, waar sta je met je toewijding?
Kijk, de Bijbel zegt dat op het moment dat je Jezus vertrouwde als je persoonlijke Verlosser, dan werd Jezus jouw leven. Galaten hoofdstuk 2, vers 20, en daarmee wil ik eindigen.
Galaten 2: 20: 'Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij; en voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.'
Paulus zegt: "Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef.' Ja, ik leef niet meer. Ik doe niet meer mijn eigen ding. 'Maar Christus leeft in mij; en voor zover ik nu in het vlees leef', zegt Paulus - wij hebben nog altijd een lichaam - 'leef ik door het geloof in de Zoon van God'. Dat is wat ons leven moet zijn. Niet meer ik, maar Christus; niet meer mijn wil, maar Zijn wil. Voor elk van ons. Wij zijn van hem. We behoren hem toe.
En als wij hem niet volgen, dan zijn we Hem eigenlijk aan het onthouden wat al van Hem is. Dan zeggen we eigenlijk: "Heer, ik behoor U toe, maar ik zal het zelf wel doen.". Kijk, hoe kun je van Hem onthouden wat al van Hem is? De eerste vraag was: wie is deze God?
Tweede vraag was: wie ben ik? De derde vraag was: aan wie behoor ik toe? En de vierde vraag was: waarom ben ik hier? En de antwoorden op die vragen bepalen hoe toegewijd wij zijn.
Heer, God, almachtige Vader. Dank U Heer dat U zo een goede God bent. Dank U Heer dat wij U 'Vader' kunnen noemen. En dank U Heer dat U steeds bij ons bent. Wij danken U dat wij U kunnen verheerlijken Heer; dat U ons uitverkoren hebt, en dat U ons gekozen hebt Heer, om U te dienen, om discipelen van Jezus Christus te zijn. Heer, werk in ons hart, dat wij op elk moment Heer, U verkiezen boven al het andere; dat wij beseffen Heer, Wie U bent; dat wij beseffen Heer, wie wij zijn in Christus; dat wij beseffen Here, Wie wij toebehoren; dat wij beseffen Heer, waarom wij hier zijn. Ook al zijn we hier maar een beperkte tijd, U hebt een taak voor ons. In Jezus machtige Naam, amen