Zoek de dingen die boven zijn

Wat denken wij? Waar zijn we mee bezig? Wat willen wij bereiken? Wat zijn de doelen in ons leven? Wat houdt onze gedachten bezig? Op elk moment, welke leeftijd wij ook hebben, wat houdt onze gedachten bezig? Ik wil daar voor gaan naar de Kolossenzen hoofdstuk 3: vers 1.

De brief van de Kolossenzen is maar vier hoofdstukken. Ik was vanmorgen beginnen lezen in hoofdstuk 1, en ik zei tegen mijn echtgenote Veronica: "Eigenlijk moet je die brief tien keer of vijf keer lezen, want daar staat zoveel in. Elk woord telt. Als je door die brief gaat, daar staat zoveel waarheid in, en zoveel dingen die we misschien niet honderd procent snappen.". In hoofdstuk 3: 1 staat er: 'Als u nu met Christus opgewekt bent, zoek dan de dingen die boven zijn, waar Christus is, Die aan de rechterhand van God zit. 2 Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn, 3 want u bent gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God. 4 Wanneer Christus geopenbaard zal worden, Die ons leven is, dan zult ook u met hem geopenbaard worden in heerlijkheid.' En heel dikwijls lezen we dat en we lezen verder, we gaan naar vers vijf, enzovoort, enzovoort.

Maar daar staat zoveel in. Hoe meer ik die passage aan het lezen was gisterenavond, hoe meer ik me realiseerde, hoe belangrijk dit is. Wat staat daar: 'Als je nu met Christus opgewekt bent'. Ja, dat is al de eerste voorwaarde. Wij kunnen ons niet richten op de dingen die boven zijn, als wij niet opgewekt zijn. Dus, mensen die niet wedergeboren zijn, die Gods leven niet ontvangen hebben, die kunnen niet zoeken naar de dingen die boven zijn. God zegt dat ook. Hij zegt niemand zoekt Mij. Dat is gewoon zo. Mensen zijn op zoek naar het geestelijke, omdat ze weten: er is een gebrek. Maar ze zijn niet de dingen van God aan het zoeken, niet die God die hen levend gemaakt heeft. Ze zijn gewoon iets aan het zoeken om die leegte te vullen. Dus, de eerste voorwaarde is dat we opgewekt zijn, met Christus, dat we levend gemaakt zijn. En dan, zegt Paulus, als dat zo is, als je levend gemaakt bent, als je opgewekt bent met Christus, 'zoek dan de dingen die boven zijn'. Ik dacht na over het woord zoeken? Wat betekent zoeken? Wat bedoelt Paulus met zoeken?

Als ik aan mijn kinderen vraag om iets te zoeken, dan zijn ze meestal heel snel terug en dan zeggen ze: "Ik heb overal gekeken, maar ik kan het niet vinden". Dat is meestal na een minuut of twee. Het toeval wil, vanmorgen komt Hannah naar mij en zij zegt:" Ik zoek mijn barbiepop die op dat paard moet, en ik vind het niet.". En ze is bezig in die doos, waar al haar barbiedingen inzitten, en ze vindt het niet. En ze gaat naar boven, naar Veronica, en zegt: "Ik vind die barbiepop niet.". Ze komt terug naar beneden en zegt: "Papa, ik vind die pop niet.". Ik steek mijn hand in die doos, haal de bovenkant eruit, en wat ligt er daar? Die pop. Dat is meestal wat er gebeurt als kinderen komen en zeggen: "Ik heb overal gekeken, maar ik vind het niet.". Dan ga je mee, en het ligt daar gewoon dikwijls te stralen.

Is dat het zoeken waar God of Paulus hier over spreekt? Neen, ik denk het niet.

Of je vraagt om iets te gaan zoeken: ga eens boven dat gaan halen, zoek dat een keer. En dan verstrijkt de tijd, niemand komt terug. En je gaat naar boven, en ze zitten daar iets te spelen. Ze zijn totaal vergeten waarom ze naar daar moesten gaan, ze zijn helemaal niet aan het zoeken. Maar ze zijn met iets anders bezig.

Ik geef die voorbeelden, waarom? Omdat het dikwijls bij christenen ook zo is. Ze zeggen: ik ga iets gaan zoeken en als ze het niet direct vinden, dan stoppen ze met zoeken. Ze zoeken, maar ze beginnen iets anders te doen. Dat is niet het zoeken naar God, waar Paulus over spreekt. Ik zeg God, waarom? Omdat Christus er ook over gesproken heeft. Ik kom er straks op terug. Het zoeken, dat Paulus bedoeld, in het Grieks is dat het woord 'Zeteite'. Maar dat woord betekent: 'zoeken door te vragen'; het betekent: 'zoeken om een resultaat te bereiken, om een oplossing te bereiken, iets tot op het bot uitzoeken'. Dat is het soort zoeken waarover Paulus spreekt. Het is niet gewoon efkes rap, rap. Neen, het is zoeken om een resultaat te hebben, zoeken om te vinden. Dat is het soort zoeken waar Paulus over spreekt.

Als we zeggen: zoeken om te vinden, dat deed bij mij gisterenavond een belletje rinkelen.

We gaan even naar Mattheüs hoofdstuk 7, vers 7. Wat staat daar? Mattheüs hoofdstuk 7: 7: daar staat: 'bid (of vraag: in sommige vertalingen staat er vraag) en u zal gegeven worden; zoek, en u zult vinden; klop, en er zal voor u opengedaan worden.' Dus Mattheüs hoofdstuk 7, vers 7: bid, of vraag, en u zal gegeven worden; zoek, en u zult vinden; klop, en zal voor u opengedaan worden. Wat zegt Jezus hier? Jezus zegt: 'Vraag, en u zal gegeven worden. Vers 8: Want ieder die vraagt, die ontvangt; wie zoekt, die vindt; en voor wie klopt zal opengedaan worden.' Jezus zegt hier, het is hetzelfde woord van zoek: zoek op zo'n manier dat je vindt; vraag op zo'n manier dat je ontvangt; klop op zo'n manier dat er iemand komt opendoen. Ik moest denken aan kloppen. Je kunt zo kloppen en er komt nooit iemand de deur opendoen. Maar je kan ook zo kloppen, dat iedereen het hoort en dan wordt de deur opengedaan. Hetzelfde met vragen. Mompel, mompel, dan versta je het niet goed.

Maar als je vraagt op een manier dat je een antwoord wil, of een antwoord zoekt, dan zal je een antwoord krijgen. Als er iemand aan ons vraagt: hoe is het met u? Je begint te antwoorden en ze zijn al weg, ze lopen gewoon verder. Ze vragen iets, maar eigenlijk willen ze het antwoord niet weten. Als je aan iemand vraagt: hoe is het met u? Je vraagt dat niet als je dit niet wil weten. Op dezelfde manier moeten wij aan God dingen vragen. Als wij dingen vragen aan God, dan vragen wij dingen aan God om te ontvangen, om een antwoord te krijgen. We zoeken om te vinden. Niet gewoon zoeken om ons bezig te houden. Neen, dat is niet het doel. En dat is waar Jezus over spreekt. Hij zegt: 'bid, vraag, en u zal gegeven worden; zoek en u zult vinden; klop en er zal voor u opengedaan worden'. Dat is het soort zoeken waarover Paulus ook spreekt. Het is niet halfhartig zoeken; niet halfhartig vragen; niet halfhartig kloppen. Neen, volhartig, met kracht. Dingen vragen, dingen zoeken en kloppen dat de deur bijna open vliegt bij wijze van spreken.

We gaan naar Mattheüs hoofdstuk 6: vers 33. Hetzelfde woord wordt hier gebruikt, hetzelfde Griekse woord 'Zeteite' wordt hier gebruikt. 'Maar zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid'. Wat staat er hier?

Het is een zoeken, niet efkes zo terloops, neen, het is een volhartig zoeken om te vinden. En Jezus zegt: je moet dat eerst doen, je moet dat niet uitstellen, je moet dat eerst doen, dat Koninkrijk zoeken en Zijn gerechtigheid. En dan staat er: 'en al deze dingen', waarover dat Hij daarjuist gesproken heeft, 'al deze dingen zullen u erbij gegeven worden.'. Het is belangrijk dat we zoeken, de dingen die boven zijn, en dat we die zoeken - we gaan terug naar Kolossenzen - dat we die zoeken om te vinden. Kolossenzen hoofdstuk 3: vers 1: 'Als je nu met Christus opgewekt bent, zoek dan de dingen die boven zijn'. Zoek die dingen die boven zijn om ze te vinden. Dat wil zeggen dat je het zoekt, dat je er zo op gefocust bent, dat je er altijd mee bezig bent, - en dat is waar Paulus opkomt seffens - 'zoekt dan de dingen die boven zijn, waar Christus is, Die aan de rechterhand van God zit.'. Hij legt het uit, hij zegt: ' 2 Bedenk de dingen die boven zijn, - en omdat we het goed zouden verstaan, zegt hij - en niet die op de aarde zijn;'. Dus het is belangrijk dat onze gedachten op God staan; dat wij Hem zoeken; dat wij communiceren met Hem; dat we dingen vragen. We kloppen, maar met de intentie om te vinden, om te ontvangen; met de intentie dat er opengedaan wordt. Bedenk de dingen die boven zijn. Waar zijn onze gedachten mee bezig? Zijn onze gedachten bezig met wat er op aarde is, wat we vanmiddag moeten eten? Ik ben blij dat Veronica daar af en toe ook aan denkt, want anders zouden we serieus honger hebben. Maar het gaat over wat zoeken wij, waar zijn we mee bezig, wat bedenken wij? Zijn we bezig met de nieuwste kleren en zijn we bezig met de mode, zijn we bezig met wat de wereld wil of de wereld doet of wat zij denken dat oké is, of wat er moet gebeuren? Of zijn we bezig met wat er daarboven is? Wat is er daarboven? Wat is er boven? Het Koninkrijk van God.

Wat is er nog boven? De hemel. Ja, nog iets?

Jezus Christus is daar, halleluja. Wie is er dan nog? God de Vader is daar. Zijn gerechtigheid is daar, Zijn heerlijkheid, Zijn kracht, Zijn genezing. Dat is allemaal daar. Zijn zegeningen zijn daar. De engelen zijn daar en die engelen aanbidden God. Gods Geest is daar. De heiligen zijn daar en zij aanbidden Christus. Zijn engelen. En ik moest daarover nadenken gisterenavond.

We lezen daar heel snel over. "Bedenk de dingen die boven zijn". Wat is er daarboven? Ja, maar om te weten wat er daarboven is moet je erover nadenken. Dus je moet al denken aan de dingen die boven zijn om die te bedenken, bij wijze van spreken. Maar dat wil ook zeggen dat als we die dingen niet bedenken, als we denken aan de dingen die op aarde zijn, dat de duivel geslaagd is in zijn opzet. Het enige dat hij moet doen is ons afhouden van het bedenken van de dingen die boven zijn. Mensen maken het soms heel ingewikkeld en zeggen de duivel doet dit en doet dat. Neen, het hangt eigenlijk van ons af. Als wij niet denken aan de dingen die boven zijn, dan is de duivel geslaagd in wat hij wil: ons weghouden van God. Daarom is het zo belangrijk wat dat Paulus zegt: "bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn". Dat is een uitdaging. Daarmee wil Paulus niet zeggen dat je geen praktische dingen moet regelen in je leven. Neen, daar gaat het helemaal niet over. Het gaat erover: waar staat je hart op? Wat wil je bereiken in je leven? Het is soms heel confronterend om te zien als je met mensen praat, die zijn met heel andere dingen bezig dan waarmee wij bezig zijn. Wat ze bedenken is helemaal anders. Maar dat is goed. Als dat niet zo is, dan is dat een probleem. Als we dezelfde dingen bedenken als zij, dan wil dat zeggen dat wij de dingen bedenken die op de aarde zijn in plaats van de dingen die boven zijn. Net zoals dat succes in de wereld heel iets anders is dan succes in het Koninkrijk van God. Het enige eigenlijk dat de duivel hoeft te doen, is twijfel zaaien. Het is belangrijk dat wij bedenken wat boven is, dat wij bedenken wat God aan het doen is en dat wij ons niet laten afleiden door twijfel of angst of wat dan ook; wereldse gedachten die ons weghouden van het denken aan Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid. Dat is wat we moeten doen: de dingen bedenken die boven zijn. Waarom? '3 Want u bent gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God. Wanneer Christus geopenbaard zal worden, Die ons leven is, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.'. En dan moest ik denken aan Mattheüs Hoofdstuk 11. Als wij bezig zijn met het bedenken van wat op aarde is en niet bezig zijn met Zijn Koninkrijk, dan kan Zijn Koninkrijk zich ook niet verspreiden. Toch niet door ons. Wat staat er in Mattheüs hoofdstuk 11: 12. En ik moet zeggen in de Nederlandse vertaling is dat zo raar vertaald. Eigenlijk snap je dat niet als je dat leest. Daar staat: ‘En van de dagen van Johannes de Doper af

tot nu toe wordt het Koninkrijk der hemelen geweld aangedaan, en geweldenaars grijpen het.’ Als je dat leest dan denk je wat is dat hier. Als je kijkt naar de Engelse vertaling en als je dan gaat kijken naar het Griekse woord voor geweld aangedaan, dan wil dat eigenlijk zeggen - het Griekse woord is biaso - dan wil dat zeggen kracht gebruiken om iets te bemachtigen, maar ook krachtig vooruitgaan. Dus wat er hier eigenlijk staat is 'dat van de dagen van Johannes de Doper af tot nu gaat het Koninkrijk van God met kracht vooruit.' Dat is wat er staat. Het koninkrijk van God gaat met kracht vooruit. Dan staat er: "en geweldenaars grijpen het". Waarom gaat het met kracht vooruit? Omdat er mensen zijn die het met kracht grijpen. Zij zijn bezig met het Koninkrijk van God en zij grijpen het met kracht en daardoor gaat het met kracht vooruit. Begrijp je wat ik zeg? Dat is iets helemaal anders. Als je dat leest is het Nederlands, dan denk je dat het de vijand is die het Koninkrijk van God aanvalt of wat dan ook. Maar dat is niet wat er staat, dat is niet wat Jezus zegt. Hij zegt dat het Koninkrijk van de hemelen met kracht vooruit gaat vanaf de dagen van Johannes de Doper. Dat is ook zo, dat is de realiteit. En het is zo omdat er mensen zijn die dat grijpen; er zijn mensen die zoeken naar de dingen die boven zijn; er zijn mensen die bedenken wat boven is en daardoor gaat het Koninkrijk van God vooruit. Ik heb het boekje gelezen 'De gelukkigste mensen ter wereld' van Demos Shakarian. Prachtig, hoe dat God werkt, en op een bepaald moment gaan Demos en zijn vrouw op hun knieën en zeggen: "God, eigenlijk hebben wij U nog niet de eerste plaats gegeven". Ze gaan op hun knieën en zeggen: "Heer God, vanaf nu staat U volledig op de eerste plaats in alles in ons leven". En dat is de dingen zoeken die boven zijn, dat is de dingen bedenken wat boven is, wat in de hemel is. Daarover gaat het. Soms zoeken mensen andere dingen. Ze zoeken hun verlangens, hun dromen, hun voorkeur, hun pleziertjes. Soms zoeken mensen dingen en ze willen hun wil zoeken en niet de wil van de Vader. En dan, af en toe, kijken ze naar boven. Misschien om te checken of God daar nog is, ik weet het niet. Maar dat is niet het zoeken dat God wil. God wil dat we Hem zoeken, voortdurend, met de intentie om Hem te vinden, met de intentie om meer en meer Zijn Koninkrijk te vatten. En op die manier gaat Zijn Koninkrijk krachtig vooruit. Want het verandert ons, Zijn gerechtigheid wordt realiteit in ons leven. Het is niet wat dat wij doen maar wat Hij doet.

Kolossenzen 3: is heel duidelijk: 'zoek dan de dingen die boven zijn, waar Christus is, Die aan de rechterhand van God zit. Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn'. In andere woorden, als je naar Romeinen hoofdstuk 12 gaat, vers 2. Wat staat daar? 'En wordt niet aan deze wereld gelijkvormig,' Bedenk niet de dingen die op de aarde zijn. Dat is hetzelfde: wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, 'maar wordt innerlijk veranderd door de vernieuwing van uw denken/gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede wil, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is.'

Stop met het proberen zoals de wereld te zijn. Als je opgewekt bent met Christus, zoek de dingen die boven zijn, en stop met het proberen te zijn zoals de wereld, of stop met te zijn zoals je vroeger was. Dat is waar Paulus over spreekt. En hij gaat verder. Hij zegt in Kolossenzen 3: 5: 'Dood dan uw leden die op de aarde zijn.'

Hij begint het uit te leggen, moesten we het nog niet snappen. Hij gaat heel diep in de praktijk van wat betekent dat? Hij spreekt dan over: 'Dood dan uw leden die op de aarde zijn: ontucht, onreinheid, hartstocht, kwade begeerte, en de hebzucht, die afgoderij is.' Dat is wat ik daarjuist zei. De dingen die mensen willen, de verlangens van mensen. Vers 6: 'Door deze dingen komt de toorn van God over de ongehoorzamen'. Wij moeten niet doen alsof we heiliger zijn dan de paus, zeggen ze. Want wat staat er in vers 7: 'In deze dingen hebt ook u voorheen gewandeld, toen u in die dingen leefde.' Het is niet dat we dat niet weten, het is niet dat we dat niet gekend hebben. Maar Paulus zegt: 'Dood die leden'. Hoe doet je dat? Door te bedenken de dingen die boven zijn. Het is niet dat je ze moet doodschieten. Dat is moeilijk. Neen, bedenk de dingen die boven zijn. Zoek dan de dingen die boven zijn waar Christus is. Vers 8, hij gaat verder: 'Maar nu, legt ook u dit alles af, namelijk toorn, woede, slechtheid, laster en schandelijke taal uit uw mond'. Paulus wordt heel praktisch. Maar de voorwaarde is niet vergeten. Het gaat niet over alleen maar dat doen. De voorwaarde is dat je met Christus opgewekt bent. En velen missen dat. Ze beginnen gewoon te werken aan al die aspecten, maar dat lost niets op.

Neen, we moeten eerst met Christus opgewekt zijn. Het is niet de façade verbeteren, neen, het is de innerlijke mens veranderen. Waar Paulus over spreekt in Romeinen hoofdstuk 12, vers 2. Verandert, ons denken verandert. Halleluja, ik ben niet meer dezelfde persoon die ik vroeger was. Dank God. Jullie mogen Hem danken. Kolossenzen 3: 9'Lieg niet tegen elkaar aangezien u de oude mens met zijn daden uitgetrokken hebt, 10 en u met de nieuwe mens bekleed hebt, die vernieuwd wordt tot kennis, overeenkomstig het beeld van Hem Die hem geschapen heeft.' We hebben de oude mens met zijn daden uitgetrokken, we zijn met de nieuwe mens bekleed, die vernieuwd wordt tot kennis overeenkomstig het beeld van Hem Die hem geschapen heeft. '11 Daarbij is niet Griek of Jood van belang, besnedene en onbesnedene, barbaar en Scyth, slaaf en vrije, maar Christus is alles en in allen.' Het gaat over Christus. Het gaat er niet over of wij Belg zijn, of Vlaming, of wat dan ook. Het maakt niet uit vanwaar we komen. Het maakt uit waar we naartoe gaan, het maakt uit dat we in Christus zijn, want 'Christus is alles en in allen'. Vers 12: 'Bekleed u dan' - daar zijn we weer: bekleden - 'Bekleed u dan, als uitverkorenen van God, heiligen en geliefden, met innige gevoelens van ontferming, vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid, geduld.'

Iedere keer als ik dat lees, als ouder, denk ik: ho, ik moet meer geduld hebben. Af en toe verlies ik eens mijn geduld met mijn kinderen. En dan denk ik: God U hebt echt een enorm gevoel voor humor. Hij geeft ons kinderen en we weten niet waar we aan beginnen, en dan zitten we er middenin, en dan worden we geconfronteerd met onszelf. We kijken naar die kinderen en we denken: wat zijn we nu aan het doen?

Maar als je goed oplet, dan zijn ze aan het doen wat jij doet. Dus het is precies de spiegel. 'Bekleedt u dan als uitverkorenen van God, heiligen en geliefden, met innige gevoelens van ontferming, vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid, geduld.

13 Verdraag elkaar.' Soms is dat moeilijk, maar verdraag elkaar. Als ik naar mijn kinderen kijk, verdraag elkaar. Af en toe moet ik dat eens zeggen. Als ze weinig geslapen hebben, dan is dat heel moeilijk, verdraag elkaar. 'en vergeef de een de ander, als iemand tegen iemand anders een klacht heeft;' Als je een probleem hebt met elkaar, verdraag elkaar, begin daarmee en vergeef elkaar. Maak daar geen punt van. 'Vergeef elkaar zoals ook Christus u vergeven heeft, zo moet ook u doen.'

'14 En doe boven dit alles de liefde aan, die de band van de volmaaktheid is. 15 En laat de vrede van God heersen in uw harten, waartoe u ook in één lichaam geroepen bent, en wees dankbaar.'

Daar zit heel veel in. Zoek de dingen die boven zijn. Bedenk de dingen die boven zijn waar Christus is. En als je dat doet, dan zal je zien dat je de leden die op aarde zijn dood. Dan zul je merken: die toorn, die woede, die slechtheid, die laster, dat schandelijk spreken, dat is niet oké, daar moet ik mee stoppen. Dan zul je merken dat je bekleed bent met een nieuwe mens; dat je bekleed bent met innige gevoelens van ontferming, vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid, geduld. Het is bijna te mooi om waar te zijn. Maar het is waar: verdraag elkaar, vergeef elkaar, zoals ook Christus u vergeven heeft.

'En doe boven dit alles de liefde aan'. Het gaat over elkaar vergeven, het gaat over elkaar liefhebben.

En dan kunnen we '15 ..de vrede van God laten heersen in onze harten, waartoe u ook in één lichaam geroepen bent; en wees dankbaar. 16 Laat het woord van Christus in rijke mate in u wonen, in alle wijsheid; onderwijs elkaar en wijs elkaar terecht'. Dat mogen wij doen. Hoe doe je dat, de dingen zoeken die boven zijn? Maar dat doe je door het Woord van Christus in rijke mate in u te laten wonen. We hebben daar recent een gesprek over gehad met iemand.

Als je zo gefocust bent op het probleem, dan ben je niet bezig met de dingen die boven zijn. Ik had het voorbeeld gegeven van David die niet keek naar het probleem, hij zag het probleem, maar hij zag de dingen die boven zijn; hij zag die grote God en dat probleem werd zo klein vergeleken bij die grote God. Maar daarom moeten we het woord van Christus in rijke mate in ons laten wonen. Wij moeten bezig zijn en bedenken wat boven is en dat kunnen we doen door elkaar te onderwijzen. Dat kunnen we doen door mekaar terecht te wijzen. Daarom niet altijd direct. Paulus zegt: 'met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen'. Ik moest daar op letten gisterenavond, meestal zeg je: wijs elkaar terecht. En dan zijn we de eersten om te zeggen: "Gij daar, doet dat niet". Dat is wat je denkt, ik toch. Met kinderen zeg je: doet dat niet. Maar wat zegt Paulus? Doet dat met psalmen, lofzangen en geestelijke een psalm, een lofzang of een geestelijk lied. 'Zing voor de Heere met dank in uw hart. 17 En alles wat u doet met woorden of met daden, doe dat alles in de naam van de Heere Jezus, terwijl uw God en de Vader dankt door Hem.' Dat is het resultaat als wij de dingen bedenken die boven zijn; als we zoeken wat boven is, dan is het resultaat dat alles wat wij doen met woorden of met daden, alles. Dan doen wij dat alles in de naam van de Heere Jezus.

Dat wil niet zeggen dat we doen wat we willen en zeggen van "in de naam van Jezus". Neen, dat is niet wat er staat. Er staat dat alles wat je doet met woord of in daden, doe het in de naam van de Heere Jezus. Als je iemand vertegenwoordigt, dan ben je daar in de naam van... . Als ik naar een vergadering ga, dan ben ik daar in de naam van mijn departement of mijn firma of wat dan ook. Maar ik ben daar in de naam van ... . Als wij dingen doen, dan doen wij dat in de naam van Jezus, wij doen dat in de naam van het Koninkrijk van God.

Dat wil zeggen dat alles wat wij doen met woorden en daden, dat dit in naam van Jezus moet zijn. Dat wil ook zeggen dat als we dingen doen die niet in naam van Jezus zijn, dat we daarmee moeten stoppen. Want dat gaat tegen God in. Als we dat doen en wanneer we dat doen, dan kunnen we God de Vader danken door Jezus Christus, terwijl we dat aan het doen zijn. Dat is het mooie. Prachtig, prachtig hoofdstuk. Ik zou zeggen, lees het een paar keer thuis, want er zit zoveel in. En Paulus spreekt dus over een zoeken naar de dingen die boven zijn, maar een zoeken om te vinden. Niet halfhartig, niet zo van efkes en dan weer niet, niet van een paar minuutjes en ik vind het niet. Neen, zoek om te vinden. Ik zat gisterenavond aan mijn bureau en ik zei: "God, waar moet ik nu over prediken?" Ik begin ..., neen, het is dat niet. Ik begin met iets anders ..., neen, het is dat niet. Ik zei: "God, ik wil wel spreken wat U wil dat ik spreek. Dus ik zou graag hebben dat U het me laat weten, anders zit ik hier morgenochtend nog". En dan kwam ik in Kolossenzen en hij zegt: zoek om te vinden. Zoek de dingen die boven zijn. Als ik wil weten waarover ik moet prediken, dan moet ik ten eerste bezig zijn met de dingen van God. Het heeft geen zin dat ik aan de computer zit en de krant zit te lezen, daarmee zal ik niet vinden wat God wil waar ik over spreek. Ik moet bezig zijn met de dingen van God en voor elk van ons, in alles wat we doen, is dat zo. Wij moeten zoeken naar de dingen die boven zijn. We moeten bedenken de dingen die boven zijn. En dan gaat God ons geven wat te spreken. Dat is wat Hij belooft. Amen? Hij spreekt over het feit dat wij de vrede van God kunnen laten heersen in onze harten. Ik had daar ook met iemand een gesprek over, en die zei: "Ja, ik weet eigenlijk niet wat dat betekent,

ik heb dat nooit ervaren, die vrede van God." We gaan even naar Jesaja 26: 3.

En hoewel ik heel veel hou van de Herziene Statenvertaling, moet ik zeggen dat ze hier de bal compleet mis slaan. De Herziene Statenvertaling zegt: 'Het is uw vaste voornemen: U zult volkomen vrede bewaren, want men heeft op U vertrouwd'. Ik ga er vanuit dat het bij jullie anders klinkt. Ik heb het opgezocht, dus ik weet het. In de NBG staat er: ' standvastige zin bewaart Gij in volkomen vrede, omdat men op U vertrouwt'. Dat is wat er effectief staat. Dat is ook wat er in de Engelse vertaling staat. Wat wil dat zeggen? standvastige zin bewaart Gij in volkomen vrede. Dat wil zeggen dat diegene die standvastig op U gericht is, op God gericht is, de persoon, de man, vrouw, kind wiens gedachten standvastig op God gericht zijn, wat krijgt die? Die krijgt volkomen vrede. Waarom? Omdat die persoon volledig op God vertrouwt. Dat is wat dat betekent. 'Standvastige zin bewaart Gij in volkomen vrede, omdat men op U vertrouwt'. De persoon die standvastig zijn gedachten op God gericht houdt, zoals Paulus zegt: zoek de dingen die boven zijn, en zoek ze op zo'n manier, standvastig, dat je vindt. Die persoon zal volkomen vrede hebben omdat die persoon op God vertrouwt.

Prachtig, wij kunnen volkomen vrede hebben als wij de dingen die boven zijn zoeken, als wij op God vertrouwen, als we bedenken de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn.

Dat is de essentie. Wij moeten eerst het koninkrijk van God zoeken en Zijn gerechtigheid. We moeten zoeken op een manier dat we het vinden. We moeten zoeken met de intentie om te vinden. Niet halfhartig, niet halfslachtig. Neen, we gaan ervoor, we willen het vinden, we willen er continu mee bezig zijn om het te vinden. Bedenk de dingen die boven zijn. Het is zo belangrijk hoe dat we denken. Het gaat niet over positief denken, helemaal niet. Het gaat over bedenken wat boven is.

We gaan nog even naar Filippenzen 4: 8. Ik lees vanaf vers 6, want het sluit er eigenlijk bij aan. Vers 6 zegt: "Wees in geen ding bezorgd," Kijk, als je bedenkt de dingen die boven zijn, dan hoef je niet bezorgd te zijn. "Maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God - vraag en u zult ontvangen - vers 7: "en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus." De vrede van God die alle begrip te boven gaat. Je kunt dat niet uitleggen. Het enige wat je weet is Jesaja 26 vers 3: Als u standvastig je gedachten op Hem gericht houdt en op Hem vertrouwt, dan heeft Hij jou volkomen vrede. Dat is Zijn belofte, dat is de realiteit. Maar die vrede die gaat alle begrip te boven. Je krijgt dat niet uitgelegd. Je kunt dat zeggen aan iemand, maar als die dat niet ervaart, dan is dat moeilijk. En wat doet die vrede? "Die bewaakt uw harten en uw gedachten in Christus Jezus".

Dus als je de dingen bedenkt die boven zijn, dan ontvang je de vrede van God en Hij bewaakt dan nog een keer uw gedachten. Vers 8: "Verder, broeders, al wat waar is, al wat eerbaar is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat lieflijk is, al wat welluidend is, als er enige deugd is en als er iets prijzenswaardig is, bedenk dat." Al de rest, stop ermee, denk er niet aan. Twijfel, angst, de dingen van de wereld, stop ermee, denk er niet aan. Maar "al wat waar is, al wat eerbaar is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat welluidend is, als er enige deugd is en als er iets prijzenswaardig is, bedenk dat". Ik wil eindigen met Kolossenzen 3: 1- 2: 1 Als u nu met Christus opgewekt bent, zoek dan de dingen die boven zijn, waar Christus is, Die aan de rechterhand van God zit. Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn". Ja, als we met Christus opgewekt zijn, dan moeten we de dingen die boven zijn, waar Christus is, zoeken met de intentie om te vinden. We moeten die dingen bedenken, en onze gedachten moeten vol zijn van de dingen die boven zijn en niet van de dingen die op de aarde zijn. Amen?

Laten wij bidden: Heer God almachtig Vader, dank U Heer voor Uw Woord Heer, voor Uw kracht, voor Uw liefde, dank U Heer voor Uw genade. Dank U Heer, voor alles wat u voor ons doet. Help ons Heer, geef onze het onderscheidingsvermogen, Heer, om te zien wat we bedenken Heer, of dat de dingen die boven zijn. Toon ons Heer waar onze gedachten nog niet op U gericht zijn. Toon ons Heer waar en in welk aspect van ons leven wij nog niet de dingen zoeken die boven zijn, opdat wij dat mogen veranderen. En geef ons een hart Heer, dat dat wil veranderen. Een hart Heer, dat de wereldse zaken wil weg doen. Een hart dat U volkomen wil volgen. We bidden dat in Jezus' machtige Naam.


Previous
Previous

Als je niet weet wat te doen, ga naar Christus - deel 1

Next
Next

Jezus komt tijdens de storm